Home is where the heart is, deel 2.

Nu ik dan écht officieel samenwoon kan ik zeggen dat dit één van mijn beste beslissingen in mijn leven is geweest.

Natuurlijk is het wel eens minder leuk. Bijvoorbeeld als hij basketball wil kijken op onze enige tv wanneer er een leuk programma op tv komt, als ik met zijn zusje een kast aan het bouwen ben voor zijn cd's en hij binnen komt met de opmerking 'zouden jullie niet beter ergens anders begonnen zijn?', als hij zijn kleren een meter náást de wasmand op de grond gooit, als hij boos wordt omdat ik zijn vlokken in de vooraadkast heb gezet in plaats van in de koelkast en bijvoorbeeld als hij maar tegen me aan blijft praten als ik eigenlijk héééél graag wil slapen.

Dit alles weegt natuurlijk helemaal niet op tegen het gezellig samen wakker worden, elkaar bijna elke dag zien, samen boodschappen doen, dat hij me achterna komt rennen als ik zonder kus naar mijn werk wil vertrekken en het altijd in de buurt hebben van iemand om tegen te zeuren of mijn verhaal te doen, bijvoorbeeld. Er zijn nog zo veel meer dingen die me zo ontzettend gelukkig maken dat ik met hem in één huis mag wonen.

En dan te bedenken dat ik altijd degene was die zei dat ze nooit zo snel zou gaan samenwonen…

maart 6, 2011
By on 19:13
About the same time you walk by, I’ll say ‘Oh here we go again’…

Sinds dat hij is weggegaan heb ik hem een tijd niet gezien. Nu heb ik met hem afgesproken in zijn stamkroeg in de stad. Zoals gewoonlijk ben ik er eerder dan hij, en laat hij ruim een half uur op zich wachten. Ik bedenk me dat ik nog weg kan, dat ik deze confrontatie helemaal niet aan hoef te gaan en dat er niets dan een opgelegde relatie is die ons bindt.

Wanneer hij dan eindelijk met veel bombarie de kroeg heeft betreden, iedereen behalve mij heeft begroet, een biertje heeft besteld, zuchtend op een stoel is neergedaald en een sigaret heeft opgestoken kijkt hij me aan. Zijn blik is vol van triomf gemengd met minachting. Zonder ook maar te vragen hoe het met me gaat steekt hij zijn gebruikelijke monoloog af. Hij vertelt in overdreven superlatieven over de drama's in zijn leven, de ruzies, zijn harde weken, het boek waar hij al tijden mee bezig is, het vriendinnetje waar het net mee uit is en tot slot al het onrecht dat hem is aangedaan. Ik probeer ondertussen naar hem te luisteren en er een dialoog van te maken. In beide pogingen faal ik, hard.

Wanneer hij uitgerateld is begint het staandaard rondje waarin hij me vraagt naar de weinige dingen waar ik, in zijn ogen, meer verstand van heb dan hij. Ik probeer zo goed als ik kan met onderbouwde antwoorden te komen op zijn vragen, al weet ik dat dit nutteloos is. Mijn antwoorden zijn onjuist, altijd. Hij probeert met zijn bijzondere kijk op het leven en alles daarbuiten mijn antwoorden te weerleggen, ookal slaan zijn redenaties nergens op. Wanneer ik uit pure wanhoop dan maar helemaal geen antwoord geef wordt hij boos. Hoe durf ik hem te negeren in zijn pogingen een normaal gesprek te voeren, van vrouw tot man?

Ik probeer niet in discussie te gaan, maar mijn eigenwaarde wint het weer van mijn verstand. Ik probeer hem uit te leggen dat een gesprek aangaan met hem niet de meest makkelijke opgave is. Al helemaal niet wanneer hij me de mond snoert zodra ik ook maar twee woorden uitbreng. Met de zelfde blik vol minachting en triomf kijkt hij me aan. Hij staat op, met veel drama en lawaai en begint tegen me te schreeuwen. Ik doe alsof ik me niets aantrek van de starende en nieuwschierige blikken welke op ons zijn gericht, maar ik voel me, wederom, diep vernederd. 'Ik ben hier voor jou! Om onze band wat te verbeteren! Toon ik eindelijk interesse doe je weer zo, me negeren, doen alsof ik dom ben.' En met zijn voorlopig laatste woorden 'shit, ik zou willen dat ik je niet meer hoefde te zien' loopt hij breed lachend van me weg, naar zijn vrienden.

Hoeveel ik mezelf er om haat, en hoevaak ik al tot hetzelfde besef ben gekomen, ik ben geschokt als ik merk dat ik afkeer voor hem heb. Nog geschokter over het feit dat die afkeer voor hem, mijn broer, alleen maar groter lijkt te worden.

december 31, 2010
By on 12:53
And I hope you are the one I share my life with

Tot ongeveer een half jaar geleden riep ik altijd héél hard dat lange relaties niets voor mij waren en dat ik samenwonen al helemaal niets vond. Het eerste omdat ik toch altijd de jongens/mannen uitkoos die me dumpten zodra ik emotioneel te dicht bij kwam, het laatste omdat ik in de overtuiging was dat samenwonen me in mijn vrijheid zou beperken.

Imiddels ken ik Vriendje zeven maanden, waarvan we er vier officieel samen zijn. En het gaat goed. Meer dan goed zelfs. Vanaf week twee ongeveer slaap ik meer bij hem dan in mijn eigen kamer, vanaf maand twee heb ik een eigen kast bij hem en liggen er meer kledingstukken, sieraden, opladers en boeken bij hem dan op mijn eigen kamer. Vanaf maand drie heb ik mijn eigen sleutels wat er voor zorgt dat ik midden in de nacht bij hem in bed kan kruipen en niet in de kou hoef te wachten als ik eerder daar ben dan hij. Twee weken geleden hebben we besloten dat ik, ookal heb ik dingen te doen op mijn eigen kamer, maar gewoon bij hem slaap. Zeven nachten in de week, met uitzondering van de nachten die ik bij mijn ouders doorbreng. Hoewel ik eerder dacht dat dit me zou beperken, merk ik dat dit helemaal niet zo is. Er is niets fijners om na een dag zonder elkaar bij elkaar op de bank of in bed te kruipen en over onze dag te praten. Ik zie mijn vrienden evenveel als voor ik Vriendje kende, ik sport nog evenveel. Hij ziet zijn vrienden nog steeds, en sport nog steeds veel. Dat we zeven dagen in de week samen zijn is hierbij alleen maar een toevoeging. Mijn vrienden beginnen zich inmiddels af te vragen waarom we nog niet samen wonen en zijn moeder vroeg Vriendje onlangs of ik ook nog wel eens naar huis ga.

Natuurlijk heb ik nog steeds mijn probleem. Ik heb regelmatig momenten dat ik enorm bang ben dat hij opeens bij me weg gaat. Momenten dat ik me besef dat hij 29 jaar zonder mij heeft geleefd en beleefd. Momenten dat ik me van hem afsluit en alleen maar boos kan zijn en kan huilen. Op die momenten houdt hij me stevig vast, streelt mijn haren en geeft kusjes op mijn hoofd. Net zolang totdat ik uit mezelf vertel wat er is.

Om deze reden hebben we een tijdje geleden besloten dat officieel samenwonen nog niet aan de orde is. Telkens wanneer samenwonen ter sprake kwam barste ik in huilen uit. Niet omdat het me zo verschrikkelijk lijkt, maar volgens de analyse van mijn moeder omdat ik er dan aan moet denken hoe het moet als het eventueel uit gaat. Ik heb er afgelopen weken meer over nagedacht dan dat Vriendje weet. Ik heb dan ook besloten dat er niemand dan hij is met wie ik mijn leven liever wil delen. Dat er geen betere is dan hij om de gok van samenwonen te wagen. Deze gedachte werd bevestigd toen ik dit aan Vriendje vertelde. Zijn reactie maakte dat ik meer dan ooit het gevoel had de komende tijd, en als het aan mij ligt nog veel langer, mijn leven met hem te delen.

And I hope you are the one I share my life with
And I wish that you could be the one I die with
And I'm praying you're the one I build my home with
I hope I love you all my life

december 15, 2010
By on 14:13
‘Cause you know sometimes words have two meanings

Ik lig met Vriendje op de bank tv te kijken als mijn telefoon gaat. Het is mijn moeder, om te vragen of ik nog leef. We kletsen over de belangrijke en minder belangrijke dingen in het leven. Vriendje vindt het maar saai. Hij luisterd mee en rolt ondertussen over mee heen, kust me en streelt me precies daar waar hij niet moet strelen als ik semi-interessante telefoongesprekken probeer te voeren. Gewoon, om me te pesten.

'Weten jij en Vriendje al wat jullie met kerst doen?' vraagt mijn moeder opeens. 'Nou, daar hebben we het nog niet echt over gehad. Hoezo, ben je iets van plan?' is wat ik argwanend antwoord. 'Nee, maar ik ben alvast aan het bedenken wat voor boodschappen ik moet doen..' vertelt mijn moeder. 'Nu al? Kerst duurt nog minstens anderhalve maand hoor!' antwoord ik lachend. 'Nou, je kunt niet vroeg genoeg beginnen met boodschappen doen toch? Misschien kan ik nu wel vast het meeste in huis halen' roept mijn moeder. 'Ik weet niet of tegen die tijd alles dan nog wel goed is hoor, maar ik zal je zo snel mogelijk laten weten hoe en wat' antwoord ik. Vriendje kijkt me bedenkelijk aan, staat dan op en sjokt weg.

De rest van het gesprek gaat weer over de nieuwste roddels, belevenissen aan de andere kant van het land en over het feit dat het nog twee-en-een-halve week duurt voordat ik het ouderlijk huis weer bezoek. Wanneer ik heb opgehangen is Vriendje nog steeds niet terug. Ik besluit hem daarom maar te zoeken. Omdat de slaapkamer de enige ruimte is welke ik vanaf de bank niet kan zien lijkt me dat de enige plek waar Vriendje zich verstopt kan hebben.

En inderdaad. Vriendje ligt op bed, op zijn buik en met zijn gezicht van de deur weggedraaid. Ik ga tegen hem aan liggen. Vriendje schuift op, en ik ook, zodat ik weer tegen hem aan ligt. Zuchtend schuift Vriendje weer op. 'Wat is er?' vraag ik. 'Niets!' roept Vriendje en schuift nog een stukje op. 'Weet je dat zeker?' vraag ik dan. 'Ja.' Ik klim over Vriendje heen om hem aan te kunnen kijken. Vriendje draait zich om, van me weg. 'Oh, dus je doet alleen alsof?' Stilte. Mijn verdere pogingen om te achterhalen wat er nu aan de hand is mislukken. Zelfs emotionele chantage werkt niet. Ik ga op de rand van het bed zitten en kijk naar hem. Pas wanneer ik zeg 'weet je? Je lijkt wel een wijf zo' komt de aap uit de mouw. Vriendje draait zich om en kijkt me zielig aan. 'Waarom zou ik nog tegen je praten als je toch denkt dat het met kerst niet meer goed is?' Verward zoek ik zijn blik, 'waar heb je het over?' Vriendje gaat ook op de rand zitten, alleen helemaal aan de andere kant van zijn kingsize bed. Demonstratief slaat hij zijn armen over elkaar en keert me zijn rug toe. 'Nou, ik hoorde dat je denkt dat het dan niet meer goed is tussen ons!'

Natuurlijk kan ik dan niets anders dan boven op hem springen en hem héél hard knuffelen. Maar wel pas nadat ik enorm hard om hem heb gelachen…

november 5, 2010
By on 14:53
Lovin’ each day

Nog niet zo heel lang geleden schreef ik deze blog. Over hoe somber ik mijn nabije toekomst in zag en dat ik niet wist wat ik met mezelf aan moest. Nu, vier maanden later, moet ik dat beeld toch even bijstellen. Ik ben gelukkig en geniet van elke dag, want:

  • Ik heb een super leuke baan! Sinds 1 september werk ik 32u in de week als ergotherapeut in Utrecht. Een baan passende bij mijn opleiding, doelgroepvoorkeur en op reisafstand. Mét hele leuke collega's, leuke bewoners en een prima salaris.
  • Daarbij heb ik voor een dag(deel) in de week een iets minder leuk baantje als onderzoeksassistent. Het onderzoek is echt heel erg leuk, alleen mijn opdrachtgever is wat minder, maar dat is gelukkig maar een klein detail.
  • Ik heb sinds twee maanden het meest lieve, leuke en attente vriendje dat ik me voor kan stellen. Ik zie hem ongeveer vijf dagen in de week en voel me niet opgesloten, heb geen last van mijn bindingsangst en kan mijn verlatingsangst (met o.a. zijn hulp)  meestal erg goed relativeren.
  • Ik ben toch competitie gaan spelen, en ook nog eens in een heel leuk team. Sport dus nog steeds meestal twee keer in de week en voel me daarna heerlijk.
  • Ik krijg nog steeds erg veel complimenten dat ik er goed uit zie en dat het knap is dat ik zoveel ben afgevallen.
  • Met mijn vriendinnen gaat het erg goed. Ookal sporten ze niet meer en zie ik ze dus niet vanzelfsprekend elke week, als ik ze zie is het feest.
  • Er is eindelijk een status quo binnen de familie. Geen ellendige ruzies, dreigingen met uithuiszettingen of moordneigingen meer. Ik vind het daardoor nu heerlijk om bij mijn ouders 'op bezoek' te komen.

En het beste is nog: het ziet ernaar uit dat bovenstaande voorlopig ook allemaal zo blijft!

oktober 8, 2010
By on 16:27
Wennen aan jou

Dat is wennen aan een vreemde hand in de mijne, vreemde vingers over mijn lichaam en aanrakingen die me kippenvel geven.
Het is wennen aan je stem, je Amsterdamse accent en de lieve woorden die je spreekt.
Het is ook wennen aan naast je slapen, 17 uur onafgebroken met je in bed liggen, kletspraat maar ook serieuze pillow talk.
Wennen aan je stevige omhelzingen, je mooie ogen en je lippen op de mijne.
Het is wennen aan je vrienden, hun enthousiaste begroetingen en aan het gevoel er nu al bij te horen.
Ik moet wennen aan met je over straat lopen, hand in hand en aan terwijl we praten over niets je uitroept 'waarom ben ik toch zo verliefd op je?'
Het is heel erg wennen aan het idee dat dit voor lang zou kunnen zijn, dat je volgende week mijn ouders ontmoet en aan dat ik je moeder ken.
Het is wennen aan zes dagen in de week bij je zijn, helemaal niet tot over mijn oren verliefd zijn maar toch niet zonder je kunnen.

Laat mij nog maar lang wennen aan jou..

Vertel me één keer, mijn lief
Wat was er ook alweer zo leuk aan mij
Soms vergeet ik het ineens
Dat ik zo van je hou
En niet meer zonder kan
Als alles, alles went
Straks wen ik hier ook nog aan

Ik wil niet wennen aan jou
Laat me nooit, nooit, wennen aan jou

september 24, 2010
By on 20:15
Identiteitscrisis

'Waar kom jij vandaan?' is vandaag, zoals zovaak, de eerste vraag die wordt gesteld wanneer ik mijn mond open doe. Zoals altijd vind ik het lastig hier antwoord op te geven. Want tsja, waar kom ik vandaan?

Ik ben geboren in Amsterdam, ik woon in Amsterdam. Ben ik Amsterdammer? Nee. Ik identificeer me niet met Amsterdammers, weet bijna nergens in Amsterdam de weg en wanneer mij gevraagd wordt waar ik geboren ben zie ik men zich afvragen onder welke steen ik geleefd heb de afgelopen jaren wanneer ik antwoord geef. Hier denkt namelijk iedereen dat ik Brabander ben. Want ja, ik heb een licht accent en een zachte G. 

Maar Brabant? No way! Genetisch ben ik een Limburger, dat wel. Bijna mijn hele familie woont er nog, ik heb er zelf alleen nooit gewoond. Soms voel ik me Limburger. Bijvoorbeeld wanneer ik bij mijn opa en oma door het dorp loop en een willekeurige voorbijganger me aan kijkt en zegt 'dich bist d'r ein van [insert naam opa]'. Dit gevoel verdwijnd echter meteen wanneer ik bevestigend antwoord. Ik word dan vol medelijden aangekeken en er wordt nog net niet hardop gevraagd waar het mis gegaan is. Ik versta namelijk vloeiend Limburgs, maar spreek geen dialect.

Hoewel ik in Amsterdam woon en daar geboren ben, heb ik tussendoor 17 jaar in Arnhem gewoond. Dit is het meerendeel van mijn leven, mijn ouders wonen er zelfs nog, en toch voel ik me ook geen Arnhemmer. De meeste echte Arnhemmers die ik ken zijn afstandelijk en bekrompen. Wanneer ik door Arnhem-centrum loop voelt dat niet al thuis.

Ben ik dan Nederlander? Behalve dat ik er woon heb ik geen enkele verbondenheid met Nederland. Ik vind het geen mooi land, koester de Nederlandse muziek niet, vind Hollands eten nergens naar smaken en vindt Nederlanders maar saai. Wanneer ik in het buitenland ben denkt men vrijwel altijd dat ik uit Noorwegen, Denemarken of Polen kom. Waarom? Geen idee.

Ik overdacht mijn identiteitscrisis vandaag eens. Ik kwam tot de conclusie dat het misschien helemaal niet erg is om nergens echt te horen. Ik vind het wel prima dat ik me overal thuis kan voelen, dat ik geniet van mensen met andere achtergronden en dat ik gebruiken uit andere culturen geweldig vind. Want tsja, iedereen is van de wereld..

augustus 23, 2010
By on 22:14
Stranger in the sky

"Doe rustig aan" lijkt het enige te zijn wat je weet te zeggen nu het dan echt over is. Verbaasd kijk ik je aan, zo rustig en serieus als je nu klinkt ken ik je helemaal niet. "Maak je geen zorgen, ik red me wel" is wat ik antwoord terwijl ik je blik probeer te vangen. "Liefje, dat weet ik, ik ken je toch?" Je glimlacht. Wrang lach ik terug. Ik twijfel de woorden uit te spreken die op het puntje van mijn tong liggen. Ik weet dat ze je gaan kwetsen, maar doe het toch.

"Je kent dat wat ik aan de oppervlakte ben, ja. Je kent alleen wat ik voel. Blijdschap, verdriet. Of zelfs dat niet. Ik denk dat je kent wie ik voor jou probeerde te zijn." Ik zie aan je dat je het niet snapt.  "Wat daar onder zit, mijn dromen, mijn gedachtes en mijn angsten, dat wat maakt wie ik echt ben, dat ken je niet."

De verwarring straalt van je af. "Ik denk niet dat ik helemaal snap wat je bedoeld" is dan ook wat je antwoord.

"Ik denk dat je me nooit echt hebt willen kennen." Ik zie dat je je tranen wegslikt, wat me aanmoedigd verder te gaan. "Je hebt nooit gevraagd naar de personen op de foto's aan mijn muur. En het gedicht naast mijn bed. Herinner je dat? Dat gedicht waarvan je zag dat ik het van iemand gekregen moest hebben, omdat het niet met mijn handschrift geschreven was. Dat gedicht dat je veel te depressief vond voor een meisje als ik. Je hebt nooit gevraagd van wie ik dat heb gekregen, of waarom juist dát gedicht daar naast mijn bed hangt. Je hebt nooit gevraagd waarom ik het zo moeilijk vind om over bepaalde onderwerpen te praten, waarom ik dit dan ook vermijd. Je hebt zoveel niet gevraagd. Ik heb zoveel niet verteld."

De woede is van je gezicht af te lezen, en ik snap dat je boos bent. Even is het stil. "We hebben het wél over dat soort dingen gehad. Je doet nu net alsof we nooit gepraat hebben, alsof we helemaal niets van elkaar weten! Ik herinner me wel degelijk gesprekken over onze jeugd bijvoorbeeld. Over onze families. En ik heb Es toch leren kennen?"

Zwijgend kijk ik je aan. Ik zie een man die ik steeds minder ken. Je bent bijna een vreemde voor me. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik een week geleden nog in je armen lag en naar je luisterde. Dat ik genoot van je verhalen. "Dat klopt, daar hebben we het ook over gehad. Maar dat ging vrijwel alleen over jou. Over jouw kindertijd, over jouw streken, ongelukjes en herinneringen. Over jouw studententijd, jouw stomme bijbaantjes en alle huizen waar jíj in gewoon hebt." Ik moet mijn best doen niet terug te schreeuwen.

Opeens kijk je me aan. Geschrokken. "Misschien dat je gelijk hebt. Ik heb zo graag gewild dat je deel uit maakte van mijn leven, dat ik vergeten ben deel van jouw leven uit te maken. Ik, ik, verdomme. Het spijt me. Echt."

"Het geeft niet meer. Misschien heb ik het ook wel een beetje expres gedaan. Ik luister liever naar anderen dan dat ik over mezelf vertel. Dan dat ik moet laten zien wie ik echt ben." Om de een of andere reden durf ik je niet meer aan te kijken, en ik kijk dan ook de andere kant op. Ik betreur het dat we nu pas zo'n goed gesprek voeren. Nu het meer dan te laat is. Voor de zoveelste keer baal ik dat ik het zo moeilijk vind om mezelf te laten zien.

Wanneer ik de moed vind weer naar je te kijken zie ik dat de tranen over je wangen rollen. Je ontwijkt mijn blik. Opeens lijk je zo enorm klein en breekbaar dat ik je het liefst in mijn armen neem om je te troosten. Ik doe het niet. Plots kijk je me aan. Je blik is kil. Alsof ik totaal vreemd voor je ben. "Ik ga, naar huis" breng je uiteindelijk uit. Vanaf dan herken ik je weer. Ik herken je als de man die zich omdraait, zijn rug recht en wegloopt. Weg van dat wat moeilijk voor hem is.

juni 22, 2010
By on 15:59
Home is where the heart is

Even geshockeerd kijk ik naar de glas-in-lood-raampjes in de nieuwe blauwe voordeur. Vrijwel gelijkertijd druk ik op de bel ernaast. Ik ben alwéér mijn sleutel vergeten. Wanneer de deur opengaat strijden de hond en mijn vader om de eerste plek wanneer het gaat om mij zo enthousiast mogelijk te begroeten. Als ik omringd door beide partijen de woonkamer betreed valt me op dat er nieuwe plantjes staan en mijn moeder besloten heeft de kussens van de bank van kleur te veranderen. Plotseling springt mijn zusje op mijn rug en verteld me dat ze het fijn vindt dat ik weer thuis ben. Wanneer ik twee minuten later de huistelefoon opneem hoor ik 'hey zus! Ben je thuis?' Ik vraag me af: ben ik thuis?

Wanneer ik de volgende ochtend in bed lig en de kamer waarin ik wakker ben geworden rondkijk, overdenk ik deze vraag. Mijn oog valt op het bureau naast me, vol met papieren welke niet van mij zijn. Op de muur van boekenkasten zonder maar één boek van mij. Louter in gedachten open ik de klerenkast en zie, dwars door de deuren heen, één plank met wat oude afgedankte kleren die ik ooit gedragen heb. De rest van de planken is gevuld met spullen welke nergens anders in huis hun plek hebben kunnen vinden. 

Ik ben niet thuis. Thuis is waar mijn spullen zijn, mijn eigen bed, mijn boeken in de kast en mijn cd's naast de cdspeler. Thuis is waar ik op mijn fiets kan stappen naar mijn vrienden, waar ik sport en waar ik werk. Thuis is waar ik me mezelf voel.

Vreemd, dat het huis waarin ik tien jaar heb gewoond niet meer voelt als thuis en daar zijn toch voelt als thuiskomen.

juni 20, 2010
By on 22:03
I just don’t know what to do with myself

Nog maar twee weken. Over twee weken lever ik mijn onderzoeksverslag in en sluit daarmee mijn opleiding af. Daarmee kijk ik terug op vijf heerlijke jaren als student, op het gaan studeren in stad A., op het overstappen naar stad B., daarmee op het op kamers gaan, op het volledig zelfstandig worden en op suffe bijbaantjes.

Ik dacht dat ik blij zou zijn klaar te zijn met mijn opleiding. Al maanden kijk ik uit naar het moment dat ik mijn onderzoeksverslag in het postvak van de examencommissie leg en voor de een na laatste keer de hogeschool uit loop.
Ik had het al helemaal gepland, eerst een half jaar keihard werken. Ik nam aan dat ik vast ergens zwangerschapsverlof kon doen, of vakantiewaarneming, of wat dan ook. Daarna zou ik een half jaar gaan werken in Ghana en daarna nog een maand gaan reizen. Ik had er zin in.

Maar nu komt het moment dat mijn verslag, dat eerlijk gezegd al is goedgekeurd en alleen nog geperfectioneerd moet worden, af moet zijn akelig dichtbij. Een baan passende baan bij mijn opleiding en stedenvoorkeur vinden blijkt véél lastiger dan gedacht. Het project waar ik héél graag wilde gaan werken in Ghana blijkt, in tegenstelling tot een maand geleden toen er mensen te weinig waren om door te gaan, vol te zitten. Via een andere organisatie kost het me twee keer zoveel en kan ik maar half zo lang.

Daarnaast gaat opeens vrijwel iedereen in mijn omgeving een huis kopen, samenwonen of zelfs trouwen. Nu vind ik het nog veel te vroeg om te trouwen of een huis te kopen. Maar samenwonen zie ik steeds meer zitten. Ik schrik er zelf een beetje van, en daarnaast is het een nogal ongepaste wens nu het nét uit is met degene waarbij ik voor het eerst geen wegren gedachtes had wanneer het op samenwonen aankwam.
Bij het sporten ben ik gevraagd om competitie te gaan spelen, in het nieuwe team. Heerlijk! Ware het niet dat blijkt dat nu het sportcentrum gaat verhuizen, ongeveer alle leuke mensen stoppen.

Kortom: Help! Iemand tips voor het handelen van het zwarte-gat-effect?

juni 8, 2010
By on 21:37